
Globetrotter Gust gaat de uitdaging Andalusië aan (deel 1)
Globetrotter GustIk was nog nooit in Spanje geweest, en eerlijk gezegd stond het land niet hoog op mijn verlanglijst. Vooroordelen? Misschien. Toch besloot ik op latere leeftijd de uitdaging van mijn vaste reisgenoot aan te nemen. Zo ontstond ‘Uitdaging Andalusië’. Eén voorwaarde: geen lawaaierige discostranden.
Onze vijfdaagse reis begon in Málaga en voerde ons langs Lanjarón, Granada, Córdoba en Motilla. We sloten af in Sevilla, vanwaar we terugvlogen naar België. In Málaga pikten we onze derde reisgezel op: een witte Skoda Kamiq, goed voor 520 heerlijke kilometers. Tijd om de ervaringen van het eerste deel van onze reis te delen.
Lanjarón: bronwater en berglucht
Lanjarón ligt aan het begin van Las Alpujarras, een ongerept berggebied tussen de Sierra Nevada en de Costa Tropical (provincie Granada). Het dorp telt zo’n 4.500 inwoners en ademt grandeur, mede dankzij zijn faam als kuuroord.
Sinds de 18e eeuw zijn zes bronnen hier erkend om hun medicinale werking. Het water, afkomstig uit de Sierra Nevada, wordt gebotteld en is bekend in heel Spanje. Het Balneario, thermen met watertherapie, jacuzzi’s, stoombaden en proeverijen van het bronwater, is een aanrader. Zelfs het water met het hoogste zoutgehalte ging er vlot in.
De hoofdstraat van 1,2 km en de vele zijstraatjes zijn het verkennen waard. Volg zeker de ruta de pilares agua met 23 waterverdelers, vaak voorzien van gedichten van dichter Federico García Lorca, die in de Spaanse Burgeroorlog omkwam. Door de ligging op bijna 700 meter hoogte biedt Lanjarón prachtige uitzichten.
Ook het kasteel uit 1492, ooit toegangspoort tot Granada, en de 13 hotels en diverse restaurants maken het dorp tot een aantrekkelijke stop.
Granada: stad van geschiedenis en vergezichten
Granada, hoofdstad van de gelijknamige provincie, is een universiteitsstad en voormalig Moorse residentie. De Nasriden, een Moorse dynastie, stichtten er in 1238 het koninkrijk Granada, dat uitgroeide tot een belangrijk handels- en cultuurcentrum. Het beroemdste monument: het Alhambra.
Wij logeerden in het Eurostars San Antón hotel, in de wijk San Antón.
Het Alhambra: paleis en fort in één
Het Alhambra is een UNESCO Werelderfgoed en een uniek samenspel van Moorse, Arabische en Andalusische architectuur. Het oudste deel dateert uit de 9de eeuw, latere uitbreidingen kwamen onder islamitische heersers.
Reserveer minstens vier uur voor een bezoek. Voor de Palacios Nazaríes, de Alcazaba en de Generalife heb je een tijdsticket nodig, en breng je identiteitskaart mee.
- Palacios Nazaríes: het koninklijk paleis, met verfijnde Moorse decoraties, ingewikkeld tegelwerk en binnenplaatsen vol fonteinen. Het Leeuwenhof, met twaalf marmeren leeuwen rond een fontein, is een hoogtepunt.
- Alcazaba: het oudste fortgedeelte, met panoramische uitzichten over Granada.
- Paleis van Karel V: een 16e-eeuws renaissancegebouw met twee musea.
- Generalife: weelderige tuinen vol sinaasappelbomen, fonteinen en bloemen, met uitzicht op de rode burcht van het Alhambra.
Smaak van Granada
Voor een culinaire pauze bezochten wij Restaurant Jardines Alberto, vlak bij het ticketkantoor. Daar proefde ik mijn eerste typische tapas uit Granada:
- Albóndigas con Salsa de Almendras (varkensgehaktballetjes met amandelsaus)
- Habas fritas con Jamón y Huevo Frito (gebakken tuinbonen met ham en spiegelei)
- Croquetas de Pollo (kipkroketten)
- Cuña de Tortilla Española (punt Spaanse tortilla)
Een smaakervaring die ik niet snel zal vergeten.








